Impressies van bewoners van huis Mamosa

Het verhaal van Derniela

Dinsdagnamiddag, ik zou eigenlijk naar school moeten gaan, maar ik ben veel te moe. De examens en feestdagen van afgelopen weken zijn me toch in de kleren gekropen en besluit daarom op Delmas te blijven. Ik geef Pater Jan (Pèj) het geld terug dat hij voorzien had voor de taptap naar school en bel mijn Nederlandse vriendin Tea op om te vragen of het past dat ik langskom in het weeshuis waar ze werkt, hogerop op route Delmas. Het is al een tijdje geleden dat ik de kinderen nog heb gezien en wat afleiding om de examenstress kwijt te raken, kan me deugd doen.

De vrolijke kindersnoetjes geven me al snel het gewenste effect en heel de middag houden we ons al spelend bezig. Op dat moment hadden we nog totaal geen idee welk drama boven ons hoofd hing. Terwijl Tea verder gaat met de les leg ik mij te rusten in haar paviljoentje. Echt slapen lukt niet maar wat doezelen kan ook deugd doen. Plots word ik wakker van gerinkel van glazen en ik voel mijn bed trillen. Ik sta op ren naar buiten en zie dat Tea haar klas in bedwang probeert te houden. De kinderen zijn in paniek en wenen maar blijven wel in de klas op de eerste verdieping. Ik roep tegen Tea dat ze zo snel mogelijk naar beneden moet komen want het beton begint op verschillende plaatsten te barsten en kleine stukjes komen naar beneden. Een handvol seconden later staan alle kinderen en begeleiders veilig en wel op de begane grond. Het zware schokken is ondertussen gestopt. Dit heeft alles bijeen slechts een tiental seconden geduurd. De school blijft gelukkig overeind, zelfs de talrijke naschokken hebben geen effect.

Het begint stilletjes aan te schemeren en ik besluit om naar huis (het Mamosa huis) terug te keren. Wanneer ik de straat op ga, begint de ravage beetje bij beetje tot me door te dringen. Op verscheidene plaatsen zijn huizen ingestort en lopen mensen met bebloede ledematen rond. Wanneer ik op Delmas 75 kom probeer ik vruchteloos een taptap of prive-auto tegen te houden, dan maar het hele eind te voet naar beneden, naar Delmas 30. Onderweg is de ravage enorm. Er staan nog nauwelijks gebouwen overeind. Zelfs grote supermarktketens, zoals Caraïben Market, die toch met een serieus budget zijn neergepoot en dus worden verondersteld stevig te zijn, liggen in puin. Wanneer iemand me onderweg vertelt dat de situatie in de lagere regiones van Delmas nog slechter is, slaat de schrik me om het hart. Ik versnel mijn pas. Het is onbeschrijfelijk wat ik allemaal tegenkom. Een vrouw die een poging doet een gebouw te verlaten, wordt in haar poging getroffen door een betonblok en valt dood neer. Noodkreten weerklinken uit verschillende gebouwen en van onder de massa’s puin, maar velen die durven niet helpen uit schrik voor het vallend puin. Anderen, met risico voor hun eigen leven doen toch verwoede pogingen om gewonden te bevrijden uit hun benarde situatie. Alles zo onwerkelijk(e), zo apocalyptisch. Delmas 2000, de eens zo prestigieuze supermarkt is volledig gesloopt. Enkel de building van Soge-bank lijkt het te hebben overleefd.

Ter hoogte van Delmas 30 loop ik pater Jan tegen het lijf. Hij heeft een kleine hoofdwonde maar loopt druk heen en weer om er zich van te vergewissen dat zijn jongeren allemaal in veiligheid zijn. Het is een pak van mijn hart te zien dat hij in orde is. Ik neem poolshoogte over de situatie in Mamosa en het blijkt dat het gebouw met de grond is gelijk gemaakt. Ann-Michel die tijdens de aardbeving lag te rusten, is niet tijdig weggeraakt en ligt onder het puin. We vrezen het ergste te meer daar ze geen teken van leven geeft, hoezeer we ook roepen. Ondertussen komt Jasmin aanhinken met een rechter voet die op verschillende plaatsen gebroken is en half verbrijzeld. We proberen een verzorgingspost te bereiken met hem maar daar blijken zodanig veel mensen te zijn dat we noodgedwongen terugkeren naar het eens zo statige gebouw dat we onze ‘thuis’ noemden. Dokter Helène, een oud Mamosa lid, verzorgt de wonden zo goed en zo kwaad als ze kan. De nacht valt. Iedereen rouwt om Ann-Michell. We hebben geen plek om te overnachten dus leggen we ons op de grond. Slapen lukt absoluut niet. De nacht is gevuld met gegil en geschreeuw om hulp en op tijd en stond worden we gewekt door een naschok die ons hart vult met paniek. Uiteindelijk komen we de nacht redelijk goed door. De ochtend brengt echter geen soelaas, enkel meer miserie. Opeens horen we zacht gekerm van onder het puin, Ann-Michel leeft nog. Met pikhouweel, schoppen, planken en handen wordt met man en macht gewerkt om haar te bevrijden. Uiteindelijk slagen we erin om haar zeer gehavend boven te halen. Ze vertoont weinig uitwendige blessures maar we vermoeden dat ze inwendig goed geraakt is. Hoe ze het overleefd heeft, is nog steeds een raadsel. Ze heeft immers twee verdiepingen op haar gehad.

Door de betonblokken heen zie ik mijn kamer, of toch dat wat er van overblijft, met al mijn spullen. Ze lijken min of meer intact maar ik kan er onmogelijk bij. Mijn hele hebben en houden: kleren, schoolboeken, officiële papieren, foto’s en andere spulletjes liggen daar te liggen. Hetgeen wat ik aan heb, is het enige wat ik nog in mijn bezit heb. Het is een wonder dat iedereen het overleefd heeft, maar het project waar Pè Jan zoveel jaren dag in dag uit mee bezig is geweest, ligt in duigen. De vraag: “Hoe het verder moet in de toekomst” komt nu nog niet bij me op maar zal ongetwijfeld later nog lang door mijn hoofd spoken. Ik besluit terug te keren naar Mombin. Dirk, een goede vriend en medewerker van het Cunina-project, geeft me 1000 gourdes voor het transport. Samen met een dorpsgenoot keer ik terug naar mijn geboortedorp.

Overal in Port au Prince hetzelfde beeld van verwoesting. Mij komt het allemaal zo onwerkelijk over. Het binnenland is op het eerste zicht ongeschonden. Mirbalais, Hinch, Pignon geen van deze steden vertoont grote schade. Het lijkt erop dat alle miserie zich in de hoofdstad heeft geconcentreerd. Tegen de avond kom ik aan in Mombin. Ik ben blij mijn familie en Jef te kunnen omhelzen en hun gerust te stellen. Ik heb helaas weinig nieuws over andere dorpsgenoten die in de hoofdstad het slachtoffer zijn geworden van deze nachtmerrie.

Ikzelf en vermoedelijk vele andere waren zo onvoorbereid. We hadden nooit gedacht dat zoiets in Port-au-Prince zou kunnen gebeuren. Onze hoofdstad ligt in puin. Hoe en wanneer gaan wij hier ooit uit geraken.

(Uit het Creools vertaald door Jef Swerts)

Een mail van Nadège Louisma

27 januari

Bonjour,

En mémoire de ceux qui sont dans le désarroi en Haïti et tous ceux qui ont quitté ce monde dans cette terrible catastrophe aussi pour ceux qui courageusement combattent pour survivre...... S.V.P., ne pas l'éteindre.
Lui permettre de faire le tour du monde !
CHANDELLE POUR L’ESPOIR DE RETROUVER DES SURVIVANTS.......

Tout ce qui est demandé c'est de garder cette flamme en circulation. Même si ce n'est qu'une seule personne de plus.
Pour tous ceux qui se battent pour vivre.

Une chandelle ne perd rien lorsqu'elle sert à en allumer une autre.
S'il vous plait, gardez la flamme vivante!

Je vous demande donc de transmettre celle-ci..

MERCI


Enkele mails van Floriane Décembre

16 januari 2010

Bonsoir Ann;

En ce moment, Wiseline m'a fait savoir que Pere jean est chez les Pretes a Cazeau; Jasmin a ete effectivementt opere et on lui a enleve un pied; Ann-Michel est exeatee et rentrera a hinche pour avoir plus des medicaments. Le plan de Pere Jean etais d'avoir tout le monde pour rentrer a Mombin.

l'evenement m'a pris a Jacmel. Je suis toujours a Jacmel qui est aussi detruite que Port au Prince. Je ne peut bouger. En attendant, en tant responsable en gestion des risques de desastres pour Plan Haiti, je participe dans les activites de reponse aux victimes au niveau de Jacmel.

Tu peux toujours m'ecrire. Je t'informerai a mesure du possible.

En tout cas, on est encore vivant, nous devons tenir.
Floraine Décembre

15 januari 2010

Chere Ann;

Les nouvelles que tu as eu sont vraie. Chez Pere Jean, il y a deux affectes graves: Jasmin qui perd un pied, et Ann qui est gravement frappee ayant manitenant la tete et tout le corps enfle. Je vais bien mais j'ai appris que ma maison est brisee c'est aussi le cas de Wiseline qui est vivante et occupe sa soeur et jasmin. Pere Jean est frappe a la tete. les autres de la maison sont partis soit a hinche soit mombin. ce que va surment faire pere Jean.

A bientot Floraine Décembre